Letting go begins beneath the surface

Er is een soort leven waar je bijna vanzelf in rolt.

Niet door één duidelijke keuze,
maar door een aaneenschakeling van logische stappen die elkaar opvolgen.

Voor je het doorhebt, ligt er een pad dat al grotendeels is uitgestippeld.

De dagen krijgen een ritme dat steeds vertrouwder wordt.
Weken vullen zich met terugkerende momenten, bekende routes en dezelfde gezichten.

Vaste dagen.
Vaste tijden.
Dezelfde route.
Dezelfde activiteiten.

Een week die zich steeds opnieuw herhaalt,
met hier en daar iets wat voelt als vooruitgang.

Maar waarvan je diep vanbinnen voelt:
is dit het nou?

Ik leefde dat leven.

Aan de buitenkant klopte het.
Maar vanbinnen voelde het leeg.

Niet ineens, maar geleidelijk.
Alsof er steeds minder ruimte overbleef voor wat niet in dat ritme paste.
Voor wat spontaan ontstaat, voor wat nog geen vorm heeft, voor wat niet te plannen is.

Tot het moment kwam waarop dat niet meer te negeren was.

Ik wilde meer en ik begon me uit te spreken.
Niet groots of zeker, maar wel oprecht.

En juist daarin werd iets zichtbaar wat daarvoor moeilijk te benoemen was.

Hoe sterk de neiging is om mee te bewegen.
Hoe vanzelfsprekend het wordt om binnen bepaalde lijnen te blijven.
En hoe voelbaar het verschil is, zodra daarvan wordt afgeweken.

Sindsdien kijk ik anders naar hoe we leven, werken en keuzes maken.
Naar wat we normaal zijn gaan vinden zonder er over na te denken.

Ik onderzoek wat er gebeurt als alles wat is aangeleerd losgelaten wordt en er niets anders overblijft dan ruimte.

Ruimte die niet direct wordt opgevuld.

Als stiltes er mogen zijn zonder dat ze meteen betekenis hoeven te krijgen.

 

Misschien ontvouwt zich daar iets wat altijd al aanwezig was,
maar geen ruimte kreeg.

Iets dat niet gestuurd wordt door verwachting,
maar van binnenuit beweegt.

Puur en oprecht.

Op deze plek onderzoek ik dat.

Schrijven helpt mij om te vertragen en scherper te zien wat er gebeurt.